Andere verslagen

Inspraak concept Wet Natuur
De boodschap breder verspreiden...
Er zijn weinig onderwerpen in de bosbouw…
KNBV-reactie op concept PEFC-standaard
Generaties hebben landgoed Prattenburg zorgvuldig opgebouwd
Einde discussie?
Het perspectief van een bosbouwer en ecoloog
De toekomst van de KNBV : Bosbouw in een context of een context voor wat bomen?
Woorden veranderen geen feiten
Overpeinzingen van een jonge beheerder over een oude boom

- Sponsor -

Logo sponsor

Bosbouw is een vak: De KNBV mag blijven

“…het is vooral ook kennis van bosbouw en het bosecosysteem die we met elkaar willen en moeten delen en uitdragen.”

Bosbouw is een vak, waarbij de essentie ligt in het zo optimaal mogelijk gebruik maken van alle functies die een bos kan vervullen. Een professionele bosbouwer verstaat de kunst om de kansen die het bos ons biedt te benutten en zo de natuur de ruimte te geven, (kwaliteits)hout te produceren, cultuurhistorische waarden te behouden en dit op een aantrekkelijke wijze vorm te geven voor de recreant. Een bosbouwer kan trots zijn op zijn vak en daarmee ook op zijn (geuzen)naam. Dat het imago rondom de bosbouwer gekenmerkt wordt door houtproductie is een feit. Daarom sluit ik me aan bij Jan den Ouden: “Laat de KNBV actief naar buiten treden om het publiek en mensen in onze werkomgeving te doordringen van het feit dat bosbouw echt niet alleen over houtteelt gaat. Dat lijkt me veel relevanter dan een naam te veranderen”. Daarnaast moeten we zorgen dat het vak aantrekkelijk blijft, zodat ook jonge mensen in de toekomst het door ons en vorige generaties begonnen werk willen voortzetten. Voor bosbouw is een lange adem en veel geduld nodig. Simon Klingen heeft gelijk wanneer hij zegt dat het het bos is dat de leden van de vereniging bindt, maar het is vooral ook kennis van bosbouw en het bosecosysteem die we met elkaar willen en moeten delen en uitdragen. De Koninklijke Nederlandse Bosbouwvereniging; Op naar de volgende 100 jaar!

Susan Bonekamp

Meer over de naam van de KNBV:
KVBN: Koninklijke Vereniging voor Bos in Nederland
Simon Klingen
Geen bosbouw maar bos dat ons bindt in de Vereniging
Francis Schennink
Bosbouwer is een geuzennaam
Jan den Ouden

1 - Henk Jan Zwart - jul 19, 10:05 am

Met oprechte belangstelling volg ik de grotendeels digitale discussie over de naamgeving van de bos(bouw)vereniging. Aanvankelijk neigde ik naar het standpunt van degenen die een naamwijziging bepleiten. Maar ik ben ambtenaar en behoor daarmee tot een categorie bosbouwers die tijd nodig heeft om na te denken.. Ik zie mijzelf als bosbouwer – en in de bossen die ik mag beheren probeer ik over de breedte zoveel mogelijk bosfuncties tot hun recht te laten komen. Niet alles klakkeloos overal, maar min of meer gezoneerd. Ja, inderdaad, ik teel hout en dat is prachtig werk. Maar ook streef ik naar biodiversiteit en probeer ik ecologische processen te stimuleren en zelfs te gebruiken (denk aan natuurlijke verjonging). De bossen die ik beheer zijn belangrijk voor de recreatie. De meeste kosten die ik maak zijn ten behoeve van de recreant – voor zover ´de recreant´ bestaat. En toch (of: en dus) voel ik mij bosbouwer. Ik bouw aan mijn bos met allerlei gereedschappen. Natuurlijk slaat dat woord ´bouw´ in ´bosbouw´ op iets anders (vergelijk ´landbouw´), maar u snapt wel wat ik bedoel. Bosbouw is een begrip met vele dimensies. Hout was lange tijd de meest in het oog springende, maar de tijden zijn (wat dat betreft gelukkig) veranderd. Onwillekeurig moest ik denken aan de ANWB. De W van Wielrijder is niet bepaald een vlag die de lading dekt. Wie van wandelen houdt en een nieuwe wandeljas wil hebben gaat naar de ANWB! Toch is de ANWB nog steeds de ANWB. Zo kan de KNBV gewoon de KNBV blijven – tenminste, qua naamgeving! Want inderdaad, het is al gezegd: de KNBV is geen sterk merk. Wie kent de KNBV, buiten ons vakwereldje? “U bedoelt toch de KNVB?” Neen, de KNBV! Frappant dat bosbouwers steeds meer wordt gewezen op de noodzaak om uit het bos te treden, de burger, de recreant, de gebruiker tegemoet. Als vereniging zouden we dat goede principe moeten waarmaken: laten we onvervaard en met een heldere visie de maatschappij instappen, met een boodschap: bosbouw biedt ongekende kansen, van productie van milieuvriendelijke bouwstoffen tot vastlegging van CO2, van ultieme recreatiegelegenheid tot toevluchtsoord voor dier- en plantensoorten. Enzovoorts! Het feest in 2010 zouden we kunnen aangrijpen om, naast het vieren van dat heug´lijk feit, Nederland te vertellen wie wij zijn en waarvoor wij staan. Om in de ANWB-termen te blijven spreken: een beproefde vereniging met een oude naam, maar wel in een nieuw jasje!

2 - Guy Geudens - aug 13, 03:06 pm

In 1999 veranderde de Vlaamse Bosbouwvereniging in de Vereniging voor Bos in Vlaanderen. Er werd een nieuw logo ontworpen met de slagzin Bos doet Leven. Gelukkig bleven de initialen VBV ongewijzigd. In 2001 stelde voorzitter Bart Muys daarover: “Het belangrijkste argument voor de naamsverandering waarin het woordje bosbouw vervalt ten voordele van bos is de herkenbaarheid. Bosbouw roept bij veel mensen vraagtekens op. Bos is transparanter. Bosbouw verwijst teveel naar de beroepsvereniging. Wij staan in voor bos, niet meer, maar ook niet minder.”
De VBV heeft een dubbel profiel. Enerzijds is het de enige NGO die voluit de kaart van het bos trekt in de Vlaamse publieke opinie. Als het gaat om bosbehoud, bosuitbreiding en het principe van multifunctioneel bos, gaat zij daarbij meermaals regelrecht in tegen andere sectoren, inclusief de natuurbeschermingssector (cf. Moet de Boswet afgeschaft?). Er is een werkgroep Actie, een werkgroep Beleid en zelfs een werkgroep Productontwikkeling. Om deze rol ten volle te kunnen vervullen, was de naamsverandering een vanzelfsprekendheid. Anderzijds is de VBV ook een vereniging van (vak)mensen die hartstochtelijk met bos bezig zijn, zeg maar het Vlaamse equivalent van de KNBV.
De vraag nu is of de VBV de Vlaamse bos-beheerder, bosonderzoeker, bosbeleidsmens en bosdocent verbindt? De belangrijkste graadmeter lijken mij de activiteiten.
Zowel bij de voorbereiding als bij het doorgaan van activiteiten zou iedereen het gevoel moeten hebben er lol aan te beleven en af en toe iets uitzonderlijks of zelfs groots mee te maken.
De opkomst bij de activiteiten zou niet alleen behoorlijk hoog mogen zijn, maar ook gespreid over het werkveld. Zeg maar van studenten tot consultants, van beleidsmensen tot rondhouthandelaars.
Voor wat betreft de activiteiten van Pro Silva Vlaanderen, een werkgroep (commissie) van de VBV, heb ik geen aanwijzingen dat de naamsverandering of de “verbeterde uitstraling naar buitenuit” enige invloed heeft gehad op de graadmeter activiteiten. Verbreding naar de terreinbeheerders sensu largo blijkt niet te werken, ondanks het wissen van de bosbouw uit de naam. Het lukt bijvoorbeeld maar niet om natuurbeheerders van Natuurpunt vzw op excursies of studiedagen van de VBV te krijgen.
Een andere vraag zou misschien kunnen zijn of de KNBV meer de rol moet spelen van dé NGO die voor bos(bouw) opkomt in de Nederlandse publieke opinie? De VBV heeft de voorbije jaren in een aantal dossiers het bos succesvol op de Vlaamse publieke agenda gezet. De frustratie dat ecologen vaak met de pluimen van het bosbeheer gaan lopen, is evenwel gebleven.
Besluiten:
1. Gooi bosbouw uit die naam en zeg twintig keer na elkaar KVBN, maar…
2. verwacht geen te hoge resultaten van een naamsverandering of andere communicatiestrategieën,
3. voer hartstochtelijke discussies over bosbouw in de marge van de naamsverandering (en bij elke andere gelegenheid) en
4. organiseer inhoudelijk sterke en leuke activiteiten met de leden.

Guy Geudens
Pro Silva Vlaanderen
werkgroep van de
Vereniging voor Bos in Vlaanderen