Andere verslagen

Inspraak concept Wet Natuur
De boodschap breder verspreiden...
Er zijn weinig onderwerpen in de bosbouw…
KNBV-reactie op concept PEFC-standaard
Generaties hebben landgoed Prattenburg zorgvuldig opgebouwd
Einde discussie?
Het perspectief van een bosbouwer en ecoloog
De toekomst van de KNBV : Bosbouw in een context of een context voor wat bomen?
Woorden veranderen geen feiten
De KNBV moet meebewegen met het vakgebied

- Sponsor -

Logo sponsor

Overpeinzingen van een jonge beheerder over een oude boom

Column uitgesproken door Evelien Verbij (op persoonlijke titel) op voorjaarsvergadering van 11 april 2008

Er staat een oude boom van bijna 100 jaar oud midden in een groot bos. Naast de boom staat een jonge nieuwe beheerder die aan het bekijken is wat hij met de markante boom moet doen: kappen of oplappen?

Allereerst kijkt hij naar de staat van de boom. Hij ziet dat de boom veel oude takken heeft en bijna geen nieuwe jonge takken. Zo van de buitenkant lijkt het alsof de boom zijn beste tijd heeft gehad en dat er weinig potentie meer inzit. Maar ja, de jonge beheerder vraagt zich af in hoeverre dit schijn is en dat er onder deze façade niet een ongekende drang is tot overleven en vernieuwen?

Ook vraagt de jonge beheerder zich af of de boom eigenlijk wel op de juiste plek staat, zo verstopt midden in het bos? De boom is moeilijk te vinden voor de buitenwereld en alleen als je weet van zijn bestaan en het bos goed kent, dan kun je hem vinden. De beheerder peinst of hij niet veel liever een markante boom heeft aan de rand van zijn bos, of nog beter, midden op het stadsplein waar veel meer mensen geïnteresseerd kunnen raken in de boom, het verhaal achter de boom, en de natuur in het algemeen.

En is de boom eigenlijk wel van het goede soort; in de zin dat de boomsoort de snelle veranderingen in het klimaat bij kan benen? Niet alleen de fysieke veranderingen in temperatuur en vochtigheid maar ook de veranderingen in de samenleving?

De beheerder heeft wel van zijn voorganger gehoord dat de boom bekend is bij een klein select gezelschap een voor hen een zekere betekenis lijkt te hebben. Zo’n twee keer per jaar schijnt deze groep bijeen te komen bij de boom om bij te kletsen en oude herinneringen op te halen. Deze bijeenkomsten waren voornamelijk gericht op de ene oude boom en lijken los te staan van de rest van de omgeving en worden ook alleen bezocht door het selecte gezelschap.

De beheerder heeft ook van zijn voorganger gehoord dat dit ooit anders was; namelijk dat er zeer regelmatig bijeenkomsten waren die bezocht werden door een grote groep belangstellenden, dat de boom bekend was tot ver buiten het bos, en dat er regelmatig mensen op bezoek kwamen om wijsheid en inspiratie te zoeken bij de boom. Maar de jonge beheerder realiseert zich maar al te goed dat die tijden vervlogen zijn.

Wat de beheerder wel kan zien aan de boom is dat de boom verschillende pogingen heeft gedaan zich aan te passen, maar dat de nieuwe takken te weinig ruimte hebben gekregen om zich echt te ontwikkelen en invloed te hebben op de ontwikkeling van de boom.

De jonge beheerder vindt dat hij in een lastig parket zit. Aan de ene kant voelt hij loyaliteit aan de boom, de geschiedenis, de vroegere prestaties; hij voelt een zekere affiniteit met de boom want hij kwam als kind al hier en de boom heeft nog steeds betekenis voor een groep mensen. Aan de andere kant weet hij dat de boom oud is geworden en de jonge beheerder ziet dat de flexibiliteit en ontwikkeling grotendeels weg is. Ook de aantrekking naar jonge mensen lijkt beperkt.

De jonge beheerder twijfelt en gaat eens praten over zijn dilemma met andere jonge beheerders. Sommige zien nog wel mogelijkheden voor de oude boom en andere denken dat er genoeg pogingen zijn gedaan de boom te behouden en dat het nu genoeg is.

De jonge beheerder besluit uiteindelijk de boom met rust te laten en de natuur zijn gang te laten staan. Hij is wel heel benieuwd hoe de boom zich verder zal ontwikkelen en besluit regelmatig te kijken hoe het de boom vergaat.

De jonge beheerder besluit wel nadrukkelijke de ruimte geven aan de nieuwe generatie zaailingen die de boom omringen. Omdat deze nieuwe generatie zaailingen te weinig ruimte krijgen in het bos besluit hij daarom ze ergens anders neer te zetten en hij denkt aan het mooie dorpsplein of een andere mooi plek waar de zaailingen kunnen groeien en zich ontwikkelen en waar ze hun verhaal kunnen vertellen aan wie het maar wil horen. Maar waar dat precies is weet de jonge beheerder nog niet; hij moet binnenkort maar eens een biertje gaan drinken met wat gelijkgezinden om hier verder over te brainstormen.