Bos; de verzekering voor je gezondheid.
4e Nationale Bosdebat, 18 mei 2005 j.l. te Velp
Op 18 mei jl is op Larenstein het 4e Nationale Bosdebat van de KNBV gehouden met als thema: Bos; de verzekering van je gezondheid. Dit artikel geeft een weerslag van het zeer geslaagde debat.
Onder leiding van Theo Meeuwissen werd de aftrap voor het debat verzorgd door een viertal inleiders. Als eerste constateerde Bart Brandenburg van het VGZ dat sinds we ons in Nederland van het bos hebben afgekeerd de gemiddelde leeftijd en gezondheid van de mensen alleen maar is toegenomen. Die winst is vooral te danken aan de verbetering van de hygiëne en de enorme vooruitgang in de curatieve geneeskunde. Echter, de laatste tijd is deze trend tot stilstand gekomen. De curatieve geneeskunde heeft zijn grenzen bereikt, en daar bovenop wordt door de gemiddelde Nederlander steeds minder bewogen. Dit leidt tot een toename van hart- en vaatziektes, waardoor de gemiddelde gezondheid van de Nederlander nu lijkt te verslechteren. Voor de toekomst is de meeste gezondheidswinst dan ook te halen door mensen meer te laten bewegen in een gezond leefmilieu. En waar kan dat beter dan in het bos? Hij vindt dan ook dat de boseigenaren goud in handen hebben. Dit leidde ogenblikkelijk tot een vraag uit de met 50 mensen gevulde zaal hoe boseigenaren dit gezondheidseffect van bossen zouden kunnen vermarkten. Helaas bleef deze vraag onbeantwoord.
Naast de lichamelijke gezondheid legde Jeroen Heindijk van het Natuurcollege vooral de nadruk op het positieve effect dat bossen, en vooral bomen, hebben op de geestelijke gezondheid van mensen. In een erg persoonlijk geïnspireerde voordracht gaf Heindijk een groot aantal voorbeelden van de kracht die uitgaat van bomen. Als ervaringsdocent laat hij mensen stilstaan bij bomen en laat hij de natuur als spiegel werken voor verbondenheid, ouderdom, overlevingskracht, ouderdom, etc. “Bomen kunnen ons helpen in de wereld te staan”, aldus Heindijk, die bosbeleving vooral gebruikt om inzicht te krijgen in het groter geheel. Zo staat het vergroeide wortelstelsel van bomen model voor de verbondenheid tussen mensen, en kunnen zeer oude bomen mensen inspireren op zoek te gaan naar hun eigen wortels. Dit ontlokte in de zaal een reactie van een boseigenaar die zich verontrust afvroeg wat hem te wachten staat nadat hij in zijn leven al duizenden bomen heeft omgezaagd. “Het gaat om respect”, antwoordde Heindijk. Een zucht van verlichting trok door de zaal.
Henny van der Windt, werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen, legde de nadruk op het feit dat we wel met zijn allen kunnen beweren dat het bos, of wat breder: natuur, zo goed voor ons is, maar dat de bewijsvoering daarvan flinterdun is. Slechts een handvol onderzoeken hebben de positieve gezondheidseffecten van bos en natuur aangetoond. Daar tegenover staan de vele statistieken over de gevaren die op loer liggen in bos en beemd. Aanvankelijk werd de natuur dan ook gezien als een bron van gevaar, en was alles er op gericht haar te temmen. De laatste 20 jaar is hier een kentering in opgetreden, en willen we juist weer die wildheid en gevaren terug. Onze rivieren moeten weer wild worden, bossen kunnen zich ongemoeid ontwikkelen, etc. Hiermee stellen we ons moedwillig bloot aan gevaren. Maar hoe groot is dat gevaar eigenlijk? Van der Windt liet een aantal ontnuchterende statistieken zien, waaruit blijkt dat de gevaren reëel zijn, maar tegelijkertijd weinig aanleiding geven tot grote zorgen. Gemiddeld sterven in Nederland 3 mensen per jaar aan wespensteken en 1 persoon aan een slangenbeet. Het grootste gevaar schuilt niet in dieren, maar in planten. Denk aan hooikoortspatiënten die ieder jaar weer overlast ondervinden van bloeiende berken, hazelaars en grassen, of de blaren die mensen oplopen na contact met de reuzenbereklauw. Hoe dan ook: grosso modo lijken de nadelen van de natuur in het niet te vallen bij de voordelen, maar feitelijk is hier erg weinig over bekend. Van der Windt pleit daarom ook voor meer gericht onderzoek om de voor- en nadelen beter te onderbouwen.
Als laatste kwam Annelies van Bronswijk (TU Eindhoven) aan het woord. Vanuit haar jarenlange ervaringen, onder andere in academisch ziekenhuizen, weet zij als geen ander welke gezondheidsrisico’s gepaard gaan met het bezoek aan bos en natuurgebieden. Evenals Brandenburg constateert zij dat er een negatieve correlatie is tussen bosoppervlakte en gezondheid. Volgens haar is dit geen nonsense-correlatie, gezien onder andere de 13.000 gevallen van Lyme-ziekte die nu per jaar in Nederland worden geregistreerd. De sterke toename in Lyme is niet louter een gevolg van de toenemende alertheid op deze ziekte, maar wel degelijk een direct gevolg van het bos en natuurbeheer. De wilde natuur dringt steeds verder onze woonomgeving in. In haar voetsporen komen grotere zoogdieren als de vos en het ree steeds dichterbij. Zij zijn de belangrijkste vectoren van besmette volwassen teken, en hun aanwezigheid vergroot de besmettingskans zelfs wanneer we ons veilig wanen in onze eigen achtertuin. De conclusie van van Bronswijk is dat we een groene grens moeten trekken, en dus moeten stoppen met de trend om de natuur steeds verder toe te laten in onze directe woonomgeving. Liever dan door bos ziet zij onze steden omringd door een 10 km brede gordel van goed onderhouden weilanden met koeien, waar het tekengevaar nog verder wordt verlaagd door een felle jacht op de vos. Verder schetst zij een toekomst waarin het kan gebeuren dat er voor woonwijken speciale certificaten worden uitgegeven die garanderen dat de wijk vrij is van ongedierte als teken, oogsmijten, malariamuggen (klimaatverandering!), ratten, muizen, vossen, ......
Na een korte pauze werd met de zaal gedebateerd over een aantal stellingen. Een groot deel van de discussie voltrok zich rond de stelling van van Bronswijk dat het bos als tuin ontstaat, en er daarom ook wel wat gezonder getuinierd zou mogen worden. We zijn wat gezondheid betreft beter af met een keurig onderhouden park dan woeste natuur vol struikgewas. Toch moeten we de gevaren niet overdrijven. De angst voor gevaar is vaak erger dan het gevaar zelf. Dit werd door van der Windt mooi gedemonsteerd door de statistieken: per jaar komen ondeveer 100 mensen wereldwijd om het leven door vallende kokosnoten, terwijl haaien gemiddeld slechts 10 mensen verorberen. Toch gaan we liever in de schaduw van een kokospalm zitten dan verkoeling te zoeken in een door haaien vergeven oceaan.
Een belangrijke suggestie uit het debat was het goed informeren van het publiek over de voordelen én de nadelen van natuurbezoek. Goede informatie kan veel ongemak en ziekte voorkomen door mensen alert te maken op de risico’s. Dat officiële organisaties daarbij wel eens de plank misslaan werd gedemonsteerd aan de hand van de tips en suggesties van onder andere de GGD, die aanraadt om contact met struiken en hoog gras te vermijden, en vooral ook bedekkende kleding te dragen. “Onzin”, vindt van Bronswijk, “die teken liften met je kleren mee, en kunnen later alsnog toeslaan”. Het advies op de website van de VGZ gaat nog verder: “Vermijdt bosgebieden” staat daar te lezen. Brandenburg, van dezelfde VGZ, raadt aan dit advies vooral niet op te volgen. Trek gerust de bossen in om zodoende veel te bewegen. “Liever een boswandeling dan een bloeddrukpil” is dan ook zijn devies. Tijdens het debat werd hij verder aan de tand gevoeld over zijn opmerking dat boseigenaren goud in handen hebben. Terecht werd de vraag gesteld hoe boseigenaren dat goud dan kunnen verzilveren. Het VGZ blijkt op dit moment te werken aan een project Landmiles (als variant op de Airmiles uit de supermarkten), waarin een systeem wordt ontwikkeld om door middel van veel en regelmatig bewegen premiereductie te verdienen voor de ziektenkostenverzekering. De zaal bleef sceptisch over de opbrengsten hiervan voor de eigenaren van de terreinen waarin al die beweging gaat plaatsvinden.
Het Landmiles project is niet het enige project dat aandacht schenkt aan het thema bos en gezondheid. Ook hogeschool Larenstein gaat aan de gang met een thema Natuur en Gezondheid, waarin Larenstein samenwerkt met leraren- en zorgopleidingen. Binnenkort wordt ook in België het thema verder uitgewerkt in de Vlaamse bosweek, onder het motto “Herbos jezelf”.
Al met al werden in dit geslaagde 4e bosdebat de gezondheidseffecten van bos en natuur duidelijk onder het voetlicht gebracht. Het was een goede stap in de richting van een bredere dialoog over de relatie tussen groen en gezondheid. Het is interessant om de ontwikkelingen op dit gebied nauw te gaan volgen in de nabije toekomst.