Home >> Artikelen >> De identiteit van de KNBV

Artikelen

De identiteit van de KNBV

Een Column van Ronald Buiting
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Inleiding

Toen ik door Hans Gierveld werd gevraagd mijn ideeën omtrent de toekomst, nut en noodzaak van de KNBV aan het papier toe te vertrouwen ontdekte ik dat ik eigenlijk al jaren niets meer met de KNVB heb. Ik zag in het verzoek zelfs even een aanwijzing om nu eindelijk mijn lidmaatschap op te zeggen!

Volgens mij ben ik ergens in 2000 voor het laats naar de jaarvergadering geweest. Mijn laatste inspanningen als discussieleider bij Pro Silva dateren uit 2003 of 2004. Begin dit jaar (2008) heb ik mij (ik kwam toch al nooit meer) ook daaruit terug getrokken. En dat terwijl ik via Buiting Bosontwikkeling toch veel met het Nederlandse bos bezig ben. Nog wat langer denkend realiseer ik mij ook dat ik mijn laatste 3 artikelen niet meer aan het Vakblad heb aangeboden. Sinds 2004 publiceer ik liever in Groen. De vraag is natuurlijk hoe dat zo gekomen is?

De Vragen

Dit alles overdenkend komen twee vragen bovendrijven. Ten eerste: Is er een duidelijk aanwijsbare oorzaak voor het ontbreken van warme gevoelens voor een vereniging die eigenlijk vanuit mijn beroepsbeoefening goed bij mij zou moeten passen. En twee: Wat zou ik eigenlijk van zo"€™n vereniging verwachten?

En de Antwoorden

Toen ik er wat langer over de beide vragen nadacht kwamen ook antwoorden boven. En er bleek een duidelijk verband!

“ Al sinds jaar en dag wordt de koers door een beperkt aantal personen gedomineerd… …Het zijn de verhalen en mengingen die ik nu wel ken.”

De belangrijkste oorzaak dat ik geen affiniteit met de KNVB heb komt door de huidige gang van zaken binnen de vereniging. Al sinds jaar en dag wordt de koers door een beperkt aantal personen gedomineerd (in dit geval ook letterlijk). Als er een studiemiddag is zijn er altijd dezelfde sprekers, met altijd dezelfde dagvoorzitter en altijd dezelfde verhalen. Het zijn de verhalen en mengingen die ik nu wel ken. Dus heb ik geen reden om naar de jaarvergadering, de studiemiddagen, het bosdebat of Pro Silva te gaan.

Helaas hebben de verhalen en ideeën het (beheer van het) Nederlandse bos NIET verder gebracht. Overal in Nederland zijn de voorbeelden van slecht beheer zichtbaar. Of het nu gaat om "€˜doordunnen"€™ (waardoor de bosstructuur wordt vernield), niets-doen-beheer (waardoor juist geen natuurlijke bosbeeld ontstaat) of om het dunnen van fijnspar alsof het grove den is (waardoor de vitaliteit van de fijnspar op de meeste groeiplaatsen in Nederland afneemt): er zijn voorbeelden te over. Het is maar zelden dat ik bij een bosbezoek verbaasd ben over de kwaliteit van de bosingreep. Meestal valt het tegen. Er is gewoon weinig professionaliteit en een groot kennisgebrek.

Toen ik me dit realiseerde kwam als vanzelf het antwoord op de tweede vraag: wat verwacht ik dan wel van een verenging als de KNBV. Eigenlijk is het heel logisch. Zo'€™n vereniging zou in mijn ogen een kenniscentrum voor vakgenoten moeten zijn. Een plek waar bestaande ideeën worden getoetst en nieuwe ideeën worden besproken. Een plek waar vakbroeders elkaar open treffen en op basis van argumenten (dus geen loze mengingen) met elkaar in debat gaan. Met, in mijn ogen, als doel het begeleiden van het Nederlandse bos naar een natuurlijk bosecosysteem.

“…een kenniscentrum… …Een plek waar bestaande ideeën worden getoetst… …waar vakbroeders elkaar open treffen en op basis van argumenten met elkaar in debat gaan.”

Plotseling snapte ik ook waarom ik het vakblad niet meer als publicatiemedium benut: er is in mijn optiek binnen de huidige setting gewoon GEEN ruimte voor vernieuwende of andere ideeën. "€˜Anders of vernieuwend"€™ worden binnen de bosbouwwereld zo snel mogelijk afgebrand. De Duitse filosoof Schopenhauer zag dat rond 1880 ook al: nieuwe ideeën worden allereerst voor gek verklaard, vervolgens doodgezwegen en daarna voor waar aangenomen! Ik heb gemerkt dat ik geen tijd en energie meer in het eerste deel van dit proces wil steken. Hoe belangrijk ik het Nederlandse bos en de discours daarover ook vind!

Hoe verder?

Wat moet er dan, dit alles overziend, gebeuren? De belangrijke randvoorwaarde om de functie van kenniscentrum voor vakgenoten binnen de KNBV te realiseren is volgens mij het ontwikkelen van een open sfeer en structuur waarbinnen veel vertrouwen is. Ook de afwezigheid van dominante "€˜Opiniemakers"€™ moet worden gegarandeerd. Kennis deel je in mijn ogen alleen in vrijheid, met liefde voor je vak en in vertrouwen.

Daarnaast moeten nieuwe mensen aan het woord komen. En moeten nieuwe ideeën worden gepromoot, in plaats van doodgezwegen of verworpen. Eén van de mogelijkheden is bijvoorbeeld de Pro Silva excursies niet door telkens dezelfde personen te laten organiseren, maar met gastensprekers te werken die op persoonlijke titel een bepaald (liefst vernieuwend) thema in het veld presenteren. Maar ook andere (vernieuwende?) vormen zijn mogelijk, zolang er maar "€˜ruimte"€™ komt. Dat is volgens mij, hoe meer ik erover nadenk, het codewoord: maak "€˜ruimte"€™ binnen de KNVB!

Ten slotte

Ik hoop dat dit vertoog een kleine bijdrage levert aan de belangrijke discussie binnen de KNBV. Wie weet komen we met vereende krachten tot een positieve verandering. Het Nederlandse bos is het zeker waard, zeker omdat het zich op dit moment in een cruciale ontwikkelingsfase bevindt: gaan we verder als een (zelfverjongende) ontginningsboswachterij of wordt het toch een ontwikkeling richting een "€˜echt"€™ bosecosysteem? Ik kies duidelijk voor dat laatste!

Al moet ik wel eerlijk bekennen dat ik, voor weer naar een KNBV-activiteit te gaan, eerst een tijdje de kat uit de boom zal kijken"€¦..

Ronald Buiting

Reacties

Er zijn nog geen reacties.