Andere verslagen

De Beheerdersdag Bos, Natuur en Landschap
Duik nu nog dieper in de wereld van het Particuliere Landgoed!
Excursie Von Gimborn Arboretum en Huis Doorn
7-daagse excursie Bialowieza
Rijmerijen voorjaarsvergadering 2010
Verslag: Lang leve het duinbos!
Bosbouw omstreeks 1910: Korte impressie van de bijeenkomst in Groesbeek op 26 maart 2010
KNBV-reactie op concept PEFC-standaard
Zaterdag 12 juni dagexcursie naar het Von Gimborn Arboretum en Huis Doorn in Doorn
Consultatie EU Groenboek Bosbescherming

Bos en begrazing door natuurlijke grazers in een (over)bevolkt gebied

Op 13 mei is een groep KNBV leden op excursie geweest in Schermbeck. Het Forstamt, wat hier zijn kantoor houdt, ligt in een agrarisch gebied met een totale oppervlakte van 62.000ha.
In een halve maan liggen hier als een schil omheen, grote bevolkingscentra met ongeveer één miljoen inwoners. Er is hierdoor veel recreatie en kijken de recranten graag mee over de schouder van de beheerder.
Het totale gebied kent een zéér hoge wildstand (deze is voor een deel kunstmatig in stand gehouden). Het gebied kent afwisselende bossen met eik, grove den, beuk, berk, lariks en spar ingebed in een agrarisch gebied met zijn eigen specifieke landschap van heggen en kleine bosjes.
Er wordt in het beheer steeds meer loofhout ingebracht voor een grotere diversiteit. Het Forstamt is vanuit de overheid verplicht om voor het herplanten minimaal 50% loofboomsoorten te planten.
De eerste laag van de bodem bestaat uit zand met leem met direct daaronder een tot 90 meter diepe ondoordringbare kleilaag. Dit maakt dat de bodem afhankelijk van het weer en jaargetijde zéér droog of super nat is.

Heel specifiek zijn we gaan kijken naar twee bosgebieden van elk ongeveer 1500 ha. Het ene gebied wordt al sinds jaar en dag beheerd door het Forstamt. Het wordt op de traditionele manier beheerd waarbij houtproduktie voorop staat. Hert, ree en wild zwijn komen in aantallen voor die overeenkomen met de draagkracht van het bosgebied. Het andere bosgebied is een tiental jaren geleden in beheer gekregen nadat het was afgestoten door een groot industrieel bedrijf. Deze had dit bos enkel en alleen om klanten binnen 24 uur een hert te kunnen laten schieten. Het bosbeheer was alleen hier op gericht. Hert, ree en wild zwijn kwamen in zeer hoge aantallen voor. De afstand tussen de twee bosgebieden is enkele tientallen kilometers.

In de ochtend eerst het bos van het Forstamt bekeken. Hier lopen in de zomer 100 en in de winter 60 herten en worden er ongeveer 40 jaarlijks afgeschoten. Het afschot vindt plaats volgens een afschotplan waarvan het aantal af te schieten herten is gebaseerd op een steekproef die elke drie jaar wordt herhaald. De opnames vinden plaats in een statistisch betrouwbaar netwerk en bepalend is het aantal opgegeten eindknoppen.
De bodem is een arme bosgrond. Op de stormvlaktes van bijvoorbeeld de storm Kyrill in 2007 zien we berk en grove den in de natuurlijke verjonging met op de iets betere plekken meer verscheidenheid in loof- en naaldboomsoorten zoals beuk, douglas en fijnspar. De schade aan de aanplant wordt sterk gereduceerd door de eik in kokers te zetten en de aangeplante beuk in de topjes te voorzien van schapenwol.
Over het algemeen is de wildschade beperkt ware het niet dat er zo nu en dan een groep van 50 herten of meer even langs komt vanuit het bosgebied waar voorheen het aantal herten zo hoog mogelijk gehouden werd. Dit werkt verstorend op de bosontwikkeling. Indien dit gebeurt in de jachttijd dan is één keer schieten voldoende om ze spoorslags te laten terugkeren naar hun eigen leefgebied.
Het diep mulchen, dit is het klepelen van takken, strooisel en dit vermengen met tien tot twintig cm van de bodemlaag, bleek een explosie te geven van natuurlijke verjonging met braam. De braam werd door de grote groepen herten gegeten waarbij ze onder andere de massaal opgekomen grove den vrijwel ongemoeid lieten.

‘s Middags gekeken naar het gebied waar voorheen tegen de 1000 herten rondliepen. Ook hier een vrij arme bodem. De bomen in elke diameterklasse waren zwaar beschadigd, zowel loof- als naaldbomen. Nu wordt er al 6 jaar achtereen een aantal van 150 herten geschoten. Dit is het maximum wat te halen valt in de 180 dagen dat er gejaagd mag worden. Het plan van het Forstamt destijds was om een cordon van jagers rondom het bosgebied te leggen. Deze zouden dan elk hert wat er uitgedreven kon worden af schieten. Dit stuitte op onoverkomelijke weerstand van de bevolking. Het plan werd door de politiek getorpedeerd.
Nog steeds kampt het Forstamt met een heel hoog aantal herten. Er vindt schade plaats aan de agrarische gewassen. Alleen de asperge- en aardbeienteelt wordt gerasterd. Van enige bosverjonging is hier nog geen sprake omdat dit met behulp van natuurlijke verjonging geen enkele kans heeft. Als de harvester in dit bosgebied aan het werk is dan lopen de herten letterlijk in het kielzog van de machine om zich tegoed te doen aan de verse boomtopjes van de omgezaagde bomen.
Wat een belangrijke rol in het afschieten van hert en ree meespeelt is het leereffect van deze diersoorten. Zo vertelde de excursieleiders dat een hoogzit langs een open ruimte op ruim 100 m afstand gepasseerd wordt door hert en ree. Als de jacht geopend zou worden met de jachthoorn dan zou er in geen velden of wegen meer een hert of ree te bekennen zijn.

De leerpunten uit deze excursie zijn: