Andere verslagen

Aardhuissymposium: Bosomvorming ten behoeve van open natuurtypen; heiligt het doel de middelen?
Pro Silva Excursie Rheinland in Duitsland
Filmpjes over het belang van hout
Inspraak concept Wet Natuur
Verslag najaarsexcursie Pro Silva 2011
Uitnodiging en stukken 172ste ledenvergadering
Nationale Bossenconferentie 13 december 2011
Matchmaking Events: hout zoekt tuinder
Internationale Pro Silva bijeenkomst 2011, Ossiach, Oostenrijk
Verslag excursie Frankrijk van 16 tot en met 18 juni 2011

Studiekringdag 2009 - Grote Bekken in het Multifunctionele Bos

Verslag van de KNBV studiekringdag 2009

In de Nederlandse bosgebieden wint begrazing als beheermaatregel steeds meer terrein. Naast de ‘natuurlijke grazers’ als hert en ree bepalen grazers als runderen, paarden, schapen en geiten meer en meer de structuur en samenstelling van de vegetatie. Volgens sommigen is (bos-) begrazing een essentieel, structuurscheppend onderdeel van bos, waarbij het oerlandschap als referentie dient. Anderen zien begrazing vooral als een middel om natuurterreinen op een gedifferentieerde en goedkope manier open te houden. En weer anderen zien begrazing als een bedreiging voor andere functies van het bos, en dan met name de houtproductiefunctie. Met andere woorden: bosbegrazing staat garant voor een scala aan feiten, meningen, belevingen en (soms heftige) emoties. Eén van de winstpunten van de KNBV Studiekringdag 2009, onder leiding van de directeur Staatsbosbeheer C. Kalden, was dat de emoties het debat niet domineerden.

Wel of geen begrazing

Een van de argumenten voor (bos-) begrazing is dat een ecosysteem zonder grazers niet compleet is (F. Vera). Daarbij vormt het oerlandschap van natuurlijke, begraasde bossen de referentie. Dit landschap heeft vrijwel overal in West-Europa het veld moeten ruimen en heeft plaats gemaakt voor een versnipperde lappendeken van weilanden, akkers, en productiebossen. De natuur is echter complex en wanneer een stuk (in dit geval de grazers) uit het complexe geheel wordt weggehaald, dan lijkt de natuur niet meer compleet te zijn. En hiermee lijkt de biodiversiteit ook af te nemen; iets wat de hedendaagse mens lijkt te accepteren zonder er veel vraagtekens bij te zetten.
Maar hoe de natuur er vroeger uit zag en er nu uit zou moeten zien, is een discussie die zal blijven. Was het nu een open parklandschap of een gesloten bos? Wat was de positie van de grazers en welke rol dienen ze vandaag de dag te spelen? Voor de beantwoording van deze vragen kunnen veel argumenten worden aangedragen die tot verschillende antwoorden leiden.

Wat wel duidelijk is, onder meer uit Vlaams onderzoek gepresenteerd door K. Vandekerkhoven, is dat begrazing eeuwenlang een onlosmakelijk onderdeel is geweest van het beheer van bossen. Zo blijkt uit de in sommige gevallen goed bewaard gebleven documentatie over begrazingsrechten dat een aantal belangrijke Vlaamse bosgebieden intensief werd begraasd. In het Zoniënwoud bijvoorbeeld graasden in 1462 meer dan 3.000 dieren en in 1726 1.700 stuks. Dit komt neer op ongeveer 1 dier per 3 hectare. Wat opvalt is dat ook in het verleden over de effecten van begrazing werd nagedacht en waarschijnlijk gediscussieerd. Het beleid rond begrazing veranderde destijds ook nog wel eens. Dit leidde tot perioden van hogere en lagere graasdruk.

Consequenties van begrazing

Wat zijn nu eigenlijk de consequenties van begrazing op bos? Een breed scala van onderzoeken en de ervaringen uit het veld laten zien dat over de invloed van begrazing op biodiversiteit de meningen uiteenlopen. In het Vlaamse Meerdaalwoud bijvoorbeeld werd de begrazing in 1785 definitief afgeschaft. In de anderhalve eeuw daarna is het geroemd om de hoge biodiversiteit. Nu staan deze kwaliteiten sterk onder druk. Diverse andere studies daarentegen, onder andere uit Duitsland (C. Ammer) en België, tonen aan dat begrazing bosplanten negatief beïnvloedt. Bosplanten zijn schaduwtolerant, maar ook verstoringsgevoelig. Een hoge graasdruk leidt tot nivellering. Anderzijds hebben bossen die jarenlang zijn begraasd, weer een rijke voorjaarsflora.
De vraag in hoeverre begrazing en houtproductie samengaan, is ook niet zo eenvoudig te beantwoorden. In het middagdeel kwamen de ervaringen van het Kroondomein, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en het Gelders landschap en Gelderse kastelen aan bod. Grazers kunnen verjonging en bomen beschadigen. Voor grotere eenheden lijkt dit geen probleem te zijn. Zeker wanneer de eenheden verhoudingsgewijs veel (voormalige) landbouwgronden bevatten. Dan wordt de negatieve invloed op bijvoorbeeld de verjonging in het bos beperkter, of kan deze worden uitgesloten door rasters. In kleinere eenheden lijkt een hoge begrazingsdruk echter ten koste te gaan van de houtproductie. Dat is voor particuliere boseigenaren die vaak afhankelijk zijn van de houtproductie als bron van inkomsten niet gewenst. De wensbeelden van grote regionale en soms grensoverschrijdende natuurzones waar edelherten en andere grote grazers vrij kunnen migreren staan dan ook op gespannen voet met de kleinere particuliere eigenaren waarvan de bezittingen binnen of tegen deze zones liggen. De multifunctionele beheerdoelen van die eigenaren staan ver van de procesmatige doelen van de grotere terreinbeherende organisaties. Het lijkt duidelijk dat tussen deze eenheden heldere grenzen moeten komen.
Uit een analyse van krantenartikelen door W. Delforterie blijkt dat de maatschappij als eindgebruiker van onze natuurgebieden zich niet echt druk lijkt te maken over al die grazers. Berichten over grote grazers verschijnen weliswaar met enige regelmaat in de landelijke pers, maar de aandacht is niet overdreven. De artikelen staan in het teken van de gevaren, het welzijn van de dieren, maar toch ook van de effecten van begrazing. Ook hier is het voor of tegen, terwijl er veel emotie en weinig argumenten in de discussie worden betrokken.

Begrazing en beleid

Hoe het beleid kijkt naar begrazing, werd verwoord door D. Bal. Binnen het natuurbeleid gaat de aandacht uit naar de EHS en behoud en herstel van biodiversiteit. Met betrekking tot begrazing is geen specifiek beleid geformuleerd. Het Ministerie van LNV stuurt op resultaten. Zo lang door begrazing de bosfuncties houtproductie, beleving en biodiversiteit niet in het gedrang komen is de wijze van beheer de vrije keuze van de beheerder. Het is wel expliciet geaccepteerd als beheermaatregel en wordt bijvoorbeeld in allerlei calculaties van kostprijzen meegenomen. Ook binnen Natura 2000 is begrazing geaccepteerd als beheermaatregel wanneer dit niet conflicteert met de instandhoudingsdoelstellingen. Daarnaast investeert het Ministerie in ecoducten, robuuste verbindingen en onderzoek.

Conclusie

De meningen over begrazing en de conclusies uit onderzoek blijven uiteen lopen. Er blijkt een flink manco te zijn in de beschikbare kennis van de effecten van begrazing en daardoor blijven meningen en emoties het debat beheersen. Er is behoefte aan gestructureerd onderzoek. De discussie over begrazing zal blijvend en genuanceerd moet worden gevoerd. Daarbij moet steeds helder zijn waar de discussie over gaat. Schaalniveau, doelen, zonering, biodiversiteit en proces kunnen daar steeds een andere rol in spelen. Het werd door de deelnemers aan de Studiekringdag als zeer waardevol ervaren om ‘voor’ en ‘tegen’ weer eens op een rij te zetten, maar waarschijnlijk weinigen hebben de illusie het nu precies weten.

De commissie Studiekring

Presentaties en “Take Home Messages”